Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lancholiek geruisch. De oude eik fluistert geheimzinnig met het avondwindje. Ze hebben het druk met elkaar en de blaadjes luisteren aandachtig toe; ook de eikels schommelen heen en weer en kunnen maar niet tot rust komen. Het verhaal van den boom schijnt indruk te maken. De heidebeek murmelt veel luider dan gewoonlijk en in de hut is nog licht op, een flauw licht, dat door het smalle venster naar buiten valt. Wie loopt daar nog zoo laat langs de beek? Het is Huib, fluistert de eik. Waarheid was het; Huib zwerft heel alleen over de hei. Hij heeft Grootje wijsgemaakt, dat hij noodzakelijk den ouden herder iets te zeggen heeft. Hij had zijn boodschap al lang kunnen doen, maar hij heeft geen haast; hij ziet er tegen op de hut binnen te gaan. Waarom nou? Alles is toch de schuld van Cornelia. Domme jongen, zei ze. Waarom was hij dom? En dan loopt ze weg, zonder iets te zeggen. Vervelend! Maar hij is er boos om, heusch boos. Hij zal morgen heel niet naar Cornelia omzien en overmorgen ook niet. Nu staat hij voor de hut. Zal hij binnen gaan? Zijn boodschap kan wachten. Hij gluurt door het smalle venster; de oude herder leest uit een boek, Cornelia zit naast hem en luistert. Nu vertelt hij iets en Cornelia spreekt ook. Wat zegt ze nou? Ja, neen, ja, neen, neen, hij doet het niet, hij wil niet en morgen blijft hij ook weg en Huib slaat het pad in, dat hem naar de hut van Grootje voert.

De oude herder weet maar niet, hoe het komt, dat zijn kind plotseling zoo veranderd is. Hij ondervroeg Huib, maar Huib wist niet meer te vertellen dan het

Sluiten