Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Soms zag hij haar op de hei, maar dan liep ze heel langzaam voort en trok van een dennetakje de naaldvormige blaadjes, die ze ineen frommelde tot kleine balletjes en die ze dan voor zich uitwierp naar een of andere struik of gonzend insect.

Meer had hij haar gezien onder den ouden eik, waar ze dan in de schaduw lag met de oogen open, dat kon Huib uit de verte duidelijk waarnemen; toch bood hij steeds weerstand aan de verzoeking om naar haar toe te gaan.

De oude herder begon ongerust te worden over zijn meisje, allen rijkdom, dien hij bezat. Of hij droog brood moest eten, of hij des nachts uitrustte op een schapenvacht, of hij van zijn tabak afstand moest doen, dat kon hem niets schelen, als zijn kind maar vroolijk was en met gullen lach het leven genoot. Als zijn kind maar heerlijke boterhammen kon krijgen, nu en dan iets te snoepen had, dat hij meebracht, wanneer hij een uitstapje naar het verafgelegen dorp had gemaakt, als zijn kind maar een gekleurde jurk kon dragen, al moest hij ervoor opsparen, dat alles hinderde niet, maar als Cornelia er niet opgewekt uitzag, was hij ook verdrietig. Dan werd hij .knorrig; Castor wist er van mee te praten en dan waren de aardkluiten, die hij naar de schapen wierp veel dikker dan anders. Als Cornelia stil was, kon hij nooit de gedachte van zich afzetten, dat ze ziek zou zijn.

Maar ziek scheen Cornelia nu toch ook niet. Wel had ze niet veel eetlust, maar dat was vroeger ook wel eens het geval geweest. Slapen deed ze ook gerust; daar had hij nauwkeurig op gelet, hij had 's nachts naar haar ademhaling geluisterd, die was altijd goed geweest.

Sluiten