Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wat komt die hier doen? Huib trilt over zijn geheele lichaam en als hij even opziet en een klein litteeken ontwaart op de wang vlak onder het rechteroog, is hij er zeker van. Hij blijft stokstijf tegen den muur staan en zijn oogen richtten zich van den dokter op den vreemde en dan ziet hij weer voor zich, terwijl de angst hem op het gezicht te lezen staat.

De dokter heeft den grooten schrik van Huib opgemerkt.

Wel Huib, jongen, wat scheelt je nou?

O, niets mijnheer, niets, maar die heer daar en hij wijst op den vreemde met verwilderd oog.

Wel, zegt de dokter, ken je mijnheer, dat is mijn zwager; ben je bang voor mijnheer, hij zal je geen kwaad doen.

Hoven is nu dichterbij gekomen en als hij zijn zwager den naam Huib hoort uitspreken, denkt hij dadelijk aan Cornelia.

Wel Huib, zegt hij nu glimlachend; wel Huib, ben jij het, de vrijer van Cornelia. Kom jij zoo laat in dat weer naar Veenlo. Wat is er gebeurd? Is het aan de beek niet in orde?

Neen mijnheer, heel niet. Cornelia is ziek en Huib herhaalt nu, wat hij den dokter heeft gezegd.

Hoven ontstelt er van; hoe meer Huib vertelt, hoe meer hem de oogen opengaan. Was dat kleine ding zoo aan hem gehecht; heeft hij een onvoorzichtigheid begaan en is hij zonder opzet de oorzaak van Cornelia's ziekte?

Huib, zegt hij nu vastbesloten, Huib, wacht hier even, ik moet met den dokter spreken en hij begeeft zich met

Sluiten