Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn zwager in de apotheek. Daar doet hij een omstandig verhaal van alles, wat er aan de beek is voorgevallen en de dokter, een man van veel ervaring en groote menschenkennis begrijpt nu heel goed de kwaal van het meisje. Hoven heeft zijn besluit genomen. Als hij de oorzaak is van Cornelia's ziekte, acht hij het ook zijn plicht, alles te doen, wat in zijn vermogen is, het kwaad, dat hij zonder opzet bedreef, te herstellen. Hij begrijpt, dat zijn komst aan de beek misschien een gunstigen invloed kan hebben; hij zendt een boodschap naar zijn woning, dat hij den nacht niet te huis zal komen, de dokter maakt inmiddels een drank gereed en als Hoven bij Huib terugkeert, zegt hij:

Huib, ik ga met je naar Cornelia.

Huib wordt bleek en stamelt: En de dokter?

Wij nemen een drank mee en als de storm wat bedaard is en het wat lichter is geworden, komt hij te paard naar de hut, om naar de zieke te zien. Hallo! vooruit maar.

De storm toont zich nog altijd in zijn volle kracht en het is zoo donker, dat ze geen hand voor oogen kunnen zien. Als ze eerst maar aan de duisternis gewend zijn, zal het wel beter gaan, meent Huib. Het ging hem straks evenzoo en als mijnheer niet goed zien kan, moet hij hem maar bij de jas vasthouden. Het gaat nu tegen den wind in; een koude regen slaat hun in het gezicht.

Hoven heeft een dikke pelsjas van zijn zwager aan en heeft de kraag over de ooren gehaald.

Mijnheer moet goed letten op de belten, hij zou er

Sluiten