Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hun geweldige muren als twee onverwinnelijke wachters oprijzen. Tusschen die torens door zijn de gevangen edelen gevoerd die gulden sporen spanden, voor zoover zij er het leven afbrachten in den moorddadigen strijd waarin het Vlaamsche element het Fransche overwon.

En Vlaamsch is Kortrijk, al ligt het ook bij de Fransche grens, gebleven: oud-Vlaamsch. Wij vinden er de taal terug van Jacob van Maerlant en Jan van Boendale. In de kerk zien wij aangeplakt: „Dyssendag ten 8 in den Choor, Jaargetijde." En verder : „Biechte i uur voor de knechten der groote leeringe."

Onze vroege vooroüders werden óók knechten genoemd toen zij nog knapen waren. Maar het is al lang geleden. In Zeeland doet men het nóg. —

Na een uur sporens — tegenover Wervicq, dat aan den overkant van de Leie ligt, onmiddellijk langs de Fransche grens — kwamen wij tegen den avond in Ieperen aan, en juist als het nachtfloers over de aarde heenvalt, ziet men haar het best, deze oude stad, die al zoo lang onder den zwarten sluier ter ruste ligt.

Wij gingen op om het verleden te zien, om met hulp van onze verbeelding ons die veste weer voor den geest te brengen zooals zij eenmaal in glans en luister daar verrees als het Londen der i4de eeuw.

Na een wandeling van weinige minuten tusschen een huizenrij door die weinig opvallends heeft — want aan de eigenaardige bouworde zijt ge reeds gewend — ziet ge een groot gebouw opdagen, 't Is de Lakenhal, de reusachtige schepping die in den jare t2oo begonnen werd en eerst een eeuw later voltooid, nadat er met groote tusschenpoozen aan gewerkt was : een langwerpig

Sluiten