Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ketterjager, en dan weer zelf gevangene, die als priester den graaf van Egmond in zijn laatste uren den kerkelijken bijstand verleend heeft, — alleen Egmond, want de graaf van Hoorne weigerde den dienaar der Roomsche kerk bij zich toe te laten.

We vinden er ook nog een zeer eenvoudige zerk, die de rustplaats aanwijst van den zevenden bisschop van Ieperen, Cornelis Jansenius, de stichter van de secte der Jansenisten, die nog thans bestaat.

Na nog melding gemaakt te hebben van de gebeeldhouwde renaissance kanunnikenbanken — want we kunnen alles niet noemen, — verlaten we de kerk en begeven we ons de straat op om de stad te zien. Maar de stad heeft veel geleden. Men vindt er nog oude hoeken en oude huizen als in Brugge, doch er is veel opgeruimd. Een enkele middeleeuwsche houten gevel troffen we aan; een andere bevindt zich opgesteld op de groote zaal van de Lakenhal; doch sedert 1823, toen het gemeentebestuur er den oorlog aan verklaarde, zijn die gevels bij tientallen verdwenen. Er werden subsidiën gegeven aan hen die de houten huizen door steenen vervingen, en viel er maar een plankje af dan werden ze bouwvallig verklaard en opgeschreven om gesloopt te worden. Vrees voor brandgevaar was de drijfveer, en Ieperen heeft er een groote aantrekkelijkheid door verloren. Van vele dier gebouwen bestaan op het Museum nog teekeningen.

Bezoekenswaardig zijn ook nog het Belle-gasthuis — zoo genoemd naar de familie die het op het eind van de i3de eeuw stichtte — en het Godelieve-gasthuis, beide zich ten doel stellend de verzorging van oude behoef-

Sluiten