Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

was lastig, mopperde, schold op haar en op de kinderen, sloeg om de minste aanleiding den boel stuk en maakte zelfs ruzie met de klanten. Anna zuchtte en antwoordde niet veel; maar de rimpeltjes van verdriet kwamen al om haar mond en de grijze haartjes van zorg reeds aan haar slapen. Jan gaf er niet om; hij was voor geen rede vatbaar; hij bleef schelden en razen en verweet haar dat ze niet meer mooi was en dat andere vrouwen zuiniger waren in 't huishouden. Eens op een dag was Jan weg, op den loop met de dienstmeid, en het café buiten Anna's medeweten verkocht....

Zóo — zei Anna, die nu op straat stond met haar kinderen, zeven in getal. Wat nu?

Ze huurde ergens een achterkamer op de derde verdieping en kwam, na een paar weken zoeken, als huishoudster bij een meneer terecht. Haar kinderen bleven thuis, onder de zorg van 't oudste meisje; besteden, ze naar school sturen, daarvoor had ze geen geld. Van haar loon betaalde ze de huur van haar kamer; het huishouden van haar meneer, op grooten voet ingericht, veroorloofde haar nog al eens aan eten en andere zaken wat mee te nemen; en zoo, heel schraaltjes, maar toch zichzelve en haar kinderen voor gebrek behoedend, kwam ze een poos lang toe.

't Oudste dochtertje echter, na een tijdlang de zware taak van moeder te hebben vervuld, stierf aan de tering.

,,'s Heeren hand drukt zwaar op me," zeide Anna, die door al dat verdriet godsdienstig was geworden. En 1t was waar: 's Heeren hand drukte zwaar; want onder dien druk bezweek er nog meer van wat Anna lief was. Door armoede gekweld stierven achtereenvolgens

Sluiten