Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

al hare kinderen, de een na den ander, en de gang naar 't stadhuis, waar ze telkens weer een nieuw doodbericht te brengen had, werd haar gemeenzaam. Eén zoon slechts bleef haar: hij werd sigarenmaker en maakte het haar mogelijk, op een ruimer bovenhuisje te gaan wonen. Maar de jongen was zwak en had dezelfde ziekte onder de leden, — de tering sloopte zijn krachten en 't duurde niet heel lang of Anna had opnieuw den gang naar het stadhuis te volbrengen, waar ze nu al zeven malen dienzelfden droeven plicht had vervuld.

Het verdriet werd Anna te zwaar; van haar vroegere levendigheid was niets meer overgebleven en ook haar verstand had geleden onder de slagen die haar door het noodlot waren toegebracht; een groote somberheid bezwaarde haar ziel en haar leven verliep als een sombere droom.

Ze had haar zoon vervangen door een kostganger, die haar in staat stelde haar bovenhuisje te blijven bewonen ; en toen haar meneer hertrouwde en haar diensten niet meer noodig had, lukte het haar nog eene juffrouw bij haar in huis te krijgen en een van de kamertjes aan eene andere te verhuren. Zoo kon ze dan weer bestaan,; vrijer dan vroeger, toen ze in haar betrekking den geheelen dag gebonden was.

Van haar man had ze niets gehoord dan een paar jaar geleden, in een brief van hem, waarin hij meldde dat hij naar Klondyke was gegaan. Of hij nu nog leefde en of 't hem goed ging — daarvan wist ze niets. Soms hoopte ze wel dat hij terug mocht komen; en's avonds als er werd gebeld, en zij, staande boven aan de trap, de deur opentrok, kon een donkere gestalte, die vroeg

Sluiten