Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

woordde in de schemerig-verlichte kamer terwijl het lampje onbeweeglijk branden bleef.

Voor haar kinderen had ze alles gedaan; de laatste zorgen genomen voor hun lijk. Voor wie gebeurde dit niet? Voor haar, voor Anna .... ze zouden haar vinden morgen, als haar deur te lang dichtbleef: haar vinden en ni&mand zou de moeite nemen nog iets voor haar te doen; niet eens zouden ze 't weten aan 't stadhuis ....

God! Zouden ze ook dat voor haar niet doen'? Zouden de heeren dan niet eens te weten komen, dat Anna de Roo eindelijk, eindelijk dood was gegaan ? Van haar zeven kinderen was zij 't gaan zeggen. En van haar zelf zouden ze het niet weten ?

Dat mocht niet! Dat mocht niet!....

Nog eenmaal spande Anna haar leden in om op te staan. Ze strompelde uit het bed en haalde een doos voor den dag, waarin ze nog wat herinneringen van vroeger dagen bewaarde: de laatste brief van haar man, een haarlok van haar zoon in een witte enveloppe waren daar met nog veel andere papieren en kleine voorwerpen. Ze vond een stuk papier en een potlood. En in haar eenvoud niet wetend dat men aan 't stadhuis 't toch wel weten zou, schreef ze haastig wat woorden neer: „Edelagbare heer: hiermee heb ik de eer uu te berigten alsdat ik doot ben. Anna de Roo."

Toen was ze gerust; den brief zou men wel bezorgen : die moeite zou men toch wel nemen. Ze legde zich weer in haar bed en sloot de oogen. Haar lichaam verkilde snel, dat voelde ze nog; haar handen vouwde ze op de borst, biddende.... En onfeilbaar nu zonk

Sluiten