Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zoo stil ineenhangend, als ware zij 'n onmisbaar deel van de armoedige straat, een mensch geworden droom der oude huizen achter haar, eene mystische zucht, uit het massale leed geweld dier afgeleefde dragers van wee en rampen.

't Was zelfs, of de huizen haar aankeken als een der hunnen, waar ze recht op hadden, en die ze niet uit 't oog mochten verliezen, daar zij de draagster was van hunne geheimen.

En blonk uit hunne dommelige blikken niet iets van liefde? Eene liefde, gemengeld van leed en medelij, als die eener oude moeder, aan wier borst het moede kind komt rusten van veel verdriet.

Vele kinderen hadden ze zien geboren worden, allen kinderen der ellende. Ook vreemden, elders gewonnen, waren hier hun toevlucht komen zoeken. De trappen waren uitgesleten door den gedrukten, loomen stap der moede zwervelingen, de muren vervreten van angst en zorg.

Maar geslacht op geslacht had intrek genomen in hunne treurige ruimten, en de muren hadden het zorgenzware hoofd van jaar tot jaar, van eeuw tot eeuw ontvangen, als de moederschoot het ongelukkig kind.

In hunne jeugd hadden de vensters gerinkt van t luidruchtig spel der kinderen, de gangen weergalmd van de kadansende deunen der psalmen, die de kinderen van het ghetto jubelden bij de maaltijden, die de codex voorschreef, op Zaterdag en besnijdenis.

Jaren aan jaren hadden dezelfde melodieën van trots

Sluiten