Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Seideravond — de eerste twee avonden van 't Paaschfeest — wordt in Joodsche gezinnen de „Goode" gelezen, vertaald en besproken, waarin de geschiedenis van den uittocht der kinderen Israëls uit Egypte wordt verteld.

Een der meest primitieve prentjes waarmee die „Goode's" soms verlucht zijn, stelt vier verschillende kinderen voor, waarvan de Bijbel spreekt. Den wijzen, den goddeloozen, den eenvoudigen, den zoon „die niets weet te vragen."

Toen nu haar vader in de huiskamer iemand ontving wiens uiterlijk weinig geest verraadde, kon ze niet nalaten hem even in 't oor te fluisteren, juist zoo luide dat de bezoeker het hooren kon: „O, Pa, het mannetje uit de Goode," waarop Pa den lach niet kon bedwingen, en haar later 'n harde straf oplegde, want de mijnheer had Pa geene orders willen geven.

In haar eenzaam kamertje had Roza zich toen voorgenomen, niemand dan hare pop meer geschiedenis te vertellen.

Voor Jacob had ze dien schroom laten varen, en bijna elke Zaterdagmiddag trof de kinderen op de huistrap, zich bezig houdend met de gewichtige vragen, waarom men op Poerim Hamans-ooren eet of hoeveel diamanten in den grooten gouden kroon van Mordechai zaten, en of Sara den engelen „gremslich" had voorgezet en meer dergelijke.

Toen Jacob op 't Seminarium was gekomen, ongeveer denzelfden tijd toen Roza de school verliet, had hij meer dan eens behoefte gevoeld aan de hulp van zijn

Sluiten