Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de arme joden wonderlijk gered had uit den Egyptischen slavendienst.

Zooals elk jaar, was ze voorgegaan door karren die langs de huizen worden gekruid, karren met geëmailleerde pannetjes en andere huishoudelijke voorwerpen, want Pesasch is de tijd waarop de Joodsche huisvrouw „kesjèrr" ') aanvult. Ook Roza had nieuw vaatwerk kunnen koopen en 'n paar nieuwe tafellakens ook, want Salomon, wiens werk den baas uitstekend beviel, had opslag gekregen van zijnen patroon.

Toch was 't 'n tijd geweest van slaven en zwoegen. De kanjer moest onderste-boven gehaald en voor goed „gedaan". Nieuwe gordijnen gemaakt voor 't eenzame venster, de posten der stoelen opgewreven met politoer, en voor moeder eene nieuwe muts met mooie linten opgemaakt.

De trap „van grond-op" geschuurd, en de muren van de gang gewit, 'n Enkele maal was daarmee 'n stuk kalk losgevallen en had het haar geschenen, of de balken van 't dak aan het wijken waren. Wel boog het huis bedenkelijk naar voren, maar wie weet hoeveel jaren het zoo reeds had gestaan, en hoeveel jaren het zoo bewoond was geworden ?

Neen, 't huis was voor de eeuwigheid gebouwd en vrees voor instorting bestond niet. Den huisheer erover klagen dorst zij niet, want ingrijpende reparatie was van dezen niet te wachten ; liever sloeg hij het heele blok tegen den grond en bouwde er 'n pakhuis van,

i) Geschirr.

Sluiten