Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En Roza, doodsbleek, in angst dat hij zich harde woorden liet ontvallen tegen het Bestuur, vragend om eene schikking, drong aan, dat de zaak zou worden onderzocht en Salomon verlof zou krijgen zoolang te werken, tot het vereischte licht ontstoken werd.

„Mejuffrouw" klonk het toen korzelig uit den mond van den secretaris, 'n gesjeesden student die aan ,,'t vak" was gegaan en om zijne journalistieke kennis al haast redacteur was geworden van het Unie-blad, later secretaris van 't hoofdbestuur.

„Mejuffrouw, het Hoofdbestuur heeft zooveel licht als het wenschelijk en noodig heeft geacht. We hadden bij een ander nog wat pardon kunnen hebben, maar uw broeder heeft zich ten opzichte van de Unie zoo gedragen, dat wij de letter van de wet hebben toegepast." Nog onlangs had hij geweigerd met het zangkoor „de kreet" mee te werken, ofschoon van die enkele keer z'n stem niet zou bedorven zijn, allemaal smoesjes.

„Maar onze leden," ging hij voort, „willen hem niet. Voor korten tijd heeft hij de partij opgenomen voor 'n diamantsnijder, die, tegen 't besluit van de Unie, leerlingen had aangenomen en altijd neemt hij de partij op voor de kapitalisten."

„Maar m'n God" borst Salomon toen driftig uit, — en z'n beenen trilden hem onder 't lijf, en de toorn maakte z'n stem heesch — „m'n God kan men dan geen eerlijk man wezen al is men géén socialist en al rookt men op Sj'abbes géén sigaar? — Ben jij dan eerlijk, meneer de wèl socialist? Heb ik Jansie Hes geen aalmoes gegeven van mijn 'zakcenten, omdat jij je maintenee liet krepeeren van de honger. En ben je nou niet met n ge-

Sluiten