Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De oudjes.

DOOR

S. E.

Vijftig jaar hadden ze er gewoond ; — eerst met de kinderen ; — naderhand, toen die één voor één waren getrouwd, nog maar met hun beidjes.... en al die vijftig jaar hadden ze 't voorhuis verhuurd, s zomers, meest menschen met veel kinderen.

De laatste jaren had zij geprotesteerd; — 't was zoo druk, zoo onvrij ; — maar hij, flinker nog, vond, dat t 's winters al stil genoeg was, — dat ze 't best nog doen konden, dat jaar.. en zij, goedig, inschikkelijk had telkens toegegeven

Ze hield anders den laatsten tijd niets van die drukte, die omhaal.... 't allerprettigst was t zoo in den winter, als 't zoo stil was, op Boschlust en er om heen, — als er geen sterveling voorbij kwam ; — als ze niets hoorde dan het geheimzinnig kraken der boomen, het eenzaam krassen van een raaf; — en dan alles wit, wit \an sneeuw en ri]p .... Ze kwam zoo min mogelijk buiten, danj — om de kou; maar vanuit haar hoekje, naast het

Sluiten