Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan; maar vond geen zweem van spotternij of afkeuring op haar kalm gelaat. Zou zij — dacht ik — de zwakke meegaandheid in alles hare zuster betreffende (in dat opzicht i s tante Wim zwak) zoo ver trekken, van om harentwil met een poes op reis te gaan en ons alzoo tot de risées te maken van al onze medereizigers? Ik beken dat ik, nu de zaken zoo stonden, heel veel lust gevoelde, ronduit te verklaren, dat ik, wanneer de poes mee ging, liever thuis bleef. Doch ik wist mij te beheerschen of, beter gezegd, er was eensklaps iets in tante Wim's houding (mijn vertrouwen op haar mocht dan even aan 't wankelen zijn gebracht) waaruit ik meende op te maken dat zij op middelen zon om het onheil af te weren en dit, naar aanleiding van hetgeen tante Doornick opmerkte.

„Het ergste is maar," zeide deze namelijk en met een heel ernstig gezicht, „de reis zelf. Als ik het lieve dier niet bij mij in de coupé mag houden dan . . .."

„Hoor eens, zuster Coos," viel tante Wim haar in de rede, en zie nu, een lichte flikkering harer oogen zei mij dat zij eensklaps een uitweg zag.

„Jij hebt ook altijd bezwaren. Als men een hond wil slaan, vindt men wel een stok of, om een moderner beeld te kiezen, (de tallooze dierenbeschermers zouden er tegenwoordig wel op passen datje het beest aanraakte en je gauw den stok uit de handen rukken om je er zelf eens duchtig mee op de vingers te tikken) als iemand er zijn hart op heeft gezet te leeren fietsen, dan is er wel hier of daar een wielrijschool te vinden, waar men hem of haar desnoods wel een rad voor de oogen zal draaien, kijk, dat is een uitdrukking die nog altijd steek houdt!"

Sluiten