Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn; haar hoofd schudt nee naar Emmy. Wandelen? Met wie ? Cato was uit de stad vandaag — Bets nee, ze heeft geen zin .... 's Zondags wandelen is ook vervelend, je weet nooit waar je heen zal gaan, 't is overal zoo vol met opgeprikte menschen. — Thuis blijven? Wat doen? 't Boek is uit — 'n ander heeft ze niet, — wat uitvoeren ? — wat — och — wat, nee, ze weet niets waar ze zin in heeft. Haar blik zoekt weer, naar iets, een voorwerp, een idéé, een bezigheid, langs de muren, over het kastje, op 't tafeltje, en dwalend gaat-ie door de deuropening naar Mama die nog altijd voortsluimert met halfopene, wakkerlijkende oogen; zwaarder weer voelt ze de verveling van den stillen, luien, leegen Zondag.

Hé, daar hoort ze Papa's vluggen stap kraken op den trap, en nu in den gang op de marmeren steenen; ze staat op — verveling weg, opgelost, en juist als ze onder de portière doorkijkt, ziet ze Papa door de kamerdeur binnenkomen ; 't lijkt nu ineens heel anders in de kamer, de muren zijn niet meer zoo stil en de meubelen niet meer zoo doodsch; Mama is ook wakker geworden.

„Hoe is 't er mee, vrouwtje? Wat beter?"

„Nee, ik heb nog zoo'n hoofdpijn, en ik ben zoo slap, zoo ellendig

„Arm kind! Leg--je wel makkelijk zoo? Zie datje wat slaapt!"

„Ik heb geslapen, maar 't heeft me niets geholpen, ik geloof dat 't beter is dat ik maar weer naar bed toe ga!"

„Zou je niet liever uitgaan ? Misschien doet de lucht je goed!"

Sluiten