Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ginds in het water (Zee) land hadden, reden we holder den bolder naar het station.

Het is nog al natuurlijk dat ik, ofschoon nu niet precies geraakt over tante Wim's laatste aanklacht (je moet toch tegen een beetje plagen kunnen) het evenwel heel aangenaam vond, nu eens in de gelegenheid te zijn haar ten duidelijkste te bewijzen dat ik niet zoo sukkelachtig of onpractisch was als zij zoo vrij was geweest te beweren. En die gelegenheid deed zich nu al aanstonds voor. De beide tantes toch, die slechts hoogstzelden op reis waren geweest, en de enkele keeren dat dit was voorgekomen, altijd 't zij door papa of een van de broers, 't zij door Tom bij het kaartjes nemen en het laten wegen der koffers waren geholpen, hadden, naar mij dacht, van een en ander geen het minste begrip, ofschoon het waarlijk gemakkelijk genoeg is, als men de moeite doet zijn oogen te gebruiken — zooals ik de vrijheid nam even aan te stippen — maar, 't is waar, tante Wim is haar leven lang een weinig bijziende geweest, en de andere tante .... och, voor die stond het nu toch niet, aan zoo'n loket plaatskaartjes te gaan vragen, verbeeld je die statige Mevrouw Doornick daar tusschen al die menschen! Neen, zij was een veel te waardig specimen van de vrouwen uit den (goeden ?) ouden tijd, toen 't niet paste dat dames alleen reisden en zich zelf leerden redden, om tot het doen van zulke dingen zich te verlagen. Zij dacht er trouwens geen oogenblik over en had er eerst op gestaan dat vader of een van de broers met ons mee naar het station zou gaan, om alles voor ons te bedisselen; maar het toeval wilde dat het hen geen van drieën schikte: vader

Sluiten