Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zij, nu weer geheel op haar gewone prettige manier.

„Dat is te zeggen, ik ben heel wel en ook niet moe," toen op eens weer ernstig, bijna droevig: „Maar ik geloof niet dat er iemand bestaat die, op mijne jaren gekomen zijnde, zou kunnen verklaren: ik heb niets dan geluk gekend. En dat is mij juist altijd tot troost geweest, of, laat ik het anders zeggen, want waarom zouden het ongeluk en de smart van anderen ons tot troost zijn, dat is geen schoone, geen edele gedachte — het heeft mij medelijdender voor mijn medemenschen gemaakt en beter doen berusten. Waarom toch zou het leven voor mij een uitzondering hebben gemaakt? Was ik soms beter dan anderen? Ha! ha! beter!.... Maar kom, W impje, laat ons nu ieder ons boek opslaan en rustig gaan lezen, jouw novelletje zal wèl zoo belangrijk zijn als mijn geklipklap over lang vervlogen tijden en ik, alle droomerijen ter zijde schuivend, amuseer mij nog weer eens met Thackeray's „book of snobs", dat is iets dat nooit veroudert."

Maar het is niet meer dan natuurlijk dat tante's woorden mij zeer nieuwsgierig hadden gemaakt. Zij had dus ook haar romannetje, misschien wel haar roman gehad ? Hoe was 't mogelijk dat wij daar tot hiertoe nooit iets van hadden vernomen ? Wie onzer zou hebben gedacht dat die vroolijke, opgewekte, nog steeds zoo levenslustige tante Wim, ook verdriet had gekend of ongelukkig was geweest ?

Een ware geschiedenis heeft — vind ik — altijd veel voor boven een verdicht verhaal en dat nog zoo veel te meer wanneer zij iemand of personen betreft die wij van nabij kennen, bovendien, zooals gezegd, het verhaal

Sluiten