Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het bruischen van den Styx in de onderwereld en de helbewoners die waren losgebroken? Maar het was toch geen Vrijdag vandaag? Was dat de storm die van alles weer een chaos zou maken zooals het eens geweest was? Of was het een beproeving van den hemel, die wilde zien of alles wel goed vast stond op de aarde, en wat wankel was zou neersmakken met één ruk van zijn machtigen knecht, die holde over de wereld met bulderende stem en slaande armen?

En wanneer het even stil was en het vallen van brekende ruiten even ophield, de ramen niet meer kletterden en de deuren niet meer bonsden, wanneer de machten die de wereld beheerschten zich even teruagetrokken hadden, dan voelden de menschen een groote leegte om zich, en scheen het elk of hij nog maar alleen bestond met zijn genooten, met zijn knechten en meiden en zijn honden en katten en zijn vogels en bloemen, en of alles wat tot dan toe bestaan had weg was, neergedonderd en weggestormd.

Maar dan joeg hij weer aan, de storm, hoog in de lucht eerst, en dan bliksemend dalend, en hij deed de klokken rinkelen in de torens van de kerken, en de menschen dachten dat een noodsein ze opriep. Maar wie kon dat herkennen onder die wild dwarrelende klanken ?

Doch plotseling een donderend geraas, een dof schokkend gerol dat aanhield vele minuten lang, als veel met steenen geladen karren, die zich ontlastten. Een lange, drukkende stilte, waarin ieder zijn adem ophield en verwachtte. En dan op eens in de straten een angstig geroep en gillend geklaag en een groote kreet, verward !• ' >4

Sluiten