Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maar nu kan je nooit raden, in welk een omgeving ik dezen brief zit te schrijven.

„In je boudoir?" zul je zeker zeggen! — Mis, hoor! Een boudoir krijg ik eerst, als Frits naar de Academie gaat; wellicht over een jaar of vier.

Ik zit op mijn poppenkamer! — Ik zie je al spotachtig lachen! Stel je voor, een van den zolder afgeschoten vertrekje, waar in een bevallige wanorde al de poppen staan of liggen, die men mij van af mijn vroegste jeugd heeft vereerd.

Nu, die poppenkamer is mij het liefste van alles!

Het schamele licht dat naar binnen valt, komt door een schuin dakraampje.

Ik behoef dus niet te vreezen voor inkijken; alleen zie ik meermalen de geestige oogen van poesjes er doorheen gluren.

Mama en Mies vinden het bespottelijk, dat ik hier zoo graag ben. Zij hebben me gedreigd, een van de neven eens naar boven te zenden, als ze mochten komen, terwijl ik hier vertoef.

Mama begrijpt heelemaal niet, dat het niet de poppen, qua speelvoorwerp zijn, die me zoo aantrekken, maar dat ieder van hen haar geschiedenis voor mij heeft.

Fransje, Mientje en Doortje zijn in mijn oog niet de min of meer verfonfaaide, levenlooze figuren; maar zij zijn één met mij!

Ik zou die verzameling niet willen missen. Zij vormen een stuk van mijn leven !

Maar nu schrijf ik weer over mijzelf en toch heb ik, naar ik geloof, geen egoïstische natuur! Neem revanche, An, en stuur me een langen i k - brief, of

Sluiten