Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met de pan, totdat allen, volgens voorschrift, op een stuk papier netjes naast elkaar lagen, om uit te druipen.

Ik had nog nooit zulke gekke beignets gezien. Op enkele plekken pikzwart, op andere rauw!

Nu, ze werden straks bestrooid met suiker, dan kon niemand iets zien van die ongerechtigheden.

Daar kwam Jans aansloffen.

„Is dat nog het eerste baksel?" vroeg ze, op de tweede bezending wijzend.

„Wel, neen, de anderen liggen daar," antwoordde ik.

„Mijn, mijn hemel, juffrouw, wat hebt u nou gedaan? Die beignets op gedrukt papier! Hoe komt u er bij? Begrijpt u dan niet, dat al die letters er op afdrukken ?" riep Jans verschrikt.

Ik was verlegen.

Onderwijl had Jans een critischen blik geslagen op het baksel. Ik zag dat ze haar neus optrok.

„Ik zal maar niks zegge! Maar 't zal me benieuwe of ze dat binnen zullen eten!" riep Jans.

Die woorden deden me het bloed in de aderen stollen.

Was dan al die moeite en angst voor niets? -— Of eigenlijk niet eens voor niets! — Was het maar zoo! Ik begreep dat men mij uit zou lachen; en onder die lachers zou Karei zijn!

„U hebt vergeten de beignets te keeren, toen het tijd was, en daardoor zijn het zulke ongelukken geworden!" riep Jans.

Ze noemde het: „Ongelukken !" Welken naam zouden ze er dan binnen wel aan geven?

Er was nu niets meer aan te doen. Ik legde ze allen op een schaal en bestrooide ze met suiker. Uiterlijk

Sluiten