Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Tannhauser!" O, dat woord uit te spreken. Ik zag hem voor me, met zijn flinke gestalte en zijn mooie blonde haren!

Hoe banaal en prozaïsch leek mij de hedendaagsche wereld, nu mij een blik was gegund geworden in zoo'n heel ander verleden!

Gelukkige Elizabeth en Tannhauser en al die anderen! Zij leerden de poëzie van het leven kennen! Voor ons negentiende-eeuwers uitsluitend het proza! —

Ik was doodmoe en daardoor kwam het zeker, dat ik dadelijk insliep en niet droomde van hetgeen waarmee mijn geest was vervuld!

Ik bakte appelbeignets en Karei stond er bij te kijken! Den volgenden morgen had ik erge hoofdpijn; ma bracht me een kopje thee op bed. Na de kothe hoorde ik beneden de stem van Karei.

Hij kwam hooren hoe de uitgang ons was bekomen. Van mij heeft hij niet veel dank gehad; maar als ik hem weerzie, dan zal ik wel over de mooie uitvoering spreken.

Ik wensch je sterkte toe, An. Weet je wel, mijn beste, dat er een sterk romantisch tintje aan je brief is? Maar aan den mijnen ook, zal je zeggen! Ja, daar heb je gelijk in. Adieu An.

je Jo.

Vandorp.

Lieve Jo.

Och, kind, wat was je brief weer opgewonden!

Zal je dan nooit eens leeren dat droomleven te verlaten, om het praktische in te gaan.

Sluiten