Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Laten we rechts gaan," zeide ik tegen Mies. Ik moest steunen op mijn parapluie, om niet te vallen. Ik kreeg op eens een hevig verlangen naar ons gezellig interieur.

Ik snakte er naar om bij een koesterend vuurtje me te warmen, want ik had een gevoel, alsof alles binnen in me was verstijfd.

De halfgod was op eens veranderd in een heel ordinair mensch ! —

Ik voelde me den heelen dag ellendig en rilde het eene oogenblik, terwijl ik het andere moment onuitstaanbaar gloeide.

Toevallig kwam Karei theedrinken. Hij keek me bezorgd aan.

Och, hoe gelukkig toch, dat onze gedachten achter ons voorhoofd verborgen zijn ! —

Ik was stil en heb den geheelen avond geen tien woorden gesproken.

In het heengaan drukte hij mijn hand en keek me diep in de oogen.

Maar ik beantwoordde zijn blik niet. Ik kan niet huichelen; en de wond mij door Tannhauser geslagen, is nog te versch! Zal die ooit genezen ? — Veel groeten van

je ongelukkige Jo.

Vandorp.

Lieve Jo. •

Van harte geluk gewenscht met den, in jou oog, tragischen afloop van je roman! Het woord „banaal" zou juister geweest zijn om te gebruiken. Je hebt een

Sluiten