Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het mooie zwarte haar, dat hij bewonderde, ook om de kunstige wijze, waarop zij het om haar gezichtje voegde in krullen en golfjes, glanzend zwart om het fijne gezichtje, dat donker getint, een zweem van kleurtje had, donsfluweelig overwaasd, als perzikrijpheid. Hij voelde nu dat zachte haar onder zijn kus, dien hij voorzichtig drukte ook op haar zachte vel, terwijl zijn vingers spelend streelden haar handje in de zijne.

Het geheim was in hun oogen, toen zij kwamen bij de anderen. De blikken waren op hen, die zij voelden, als twee die te verbergen hebben. Zij hadden er pret in, heel onverschillig te doen tegen elkaar, een complot tegen de anderen van twee groote, blijde kinderen. En die het weten mochten, wisten het wel dadelijk, toen zij binnenkwamen, door het stralen van hun gezichten en de blijheid verspreidde zich onwillekeurig onder de anderen, door het geluk en de tevredenheid van de enkelen.

En later waren zij weer samen, toen hij haar naar huis bracht. Schuchter was haar handje gestoken door zijn arm en de lichte druk ervan gaf hem zoo een jubelgeluk, dat hij het zich niet verbeelden kon, het in werkelijkheid geheim te kunnen houden, dat zijn Lili van hèm hield. Langzaam innigjes wandelden zij en bij lantaarnlicht zag hij de lachjes op haar gezichtje, het schitteren van haar oogen, terwijl zij hem voortdurend weer plagerijtjes zei, om uit te lokken, dat hij haar nu telkens herhaalde, dat hij zóóveel van haar hield. En als er iemand aankwam bij het licht, boog ze haar hoofdje weg, omdat het iemand kon zijn, die hen kende en hen gearmd zou zien. Verbeeld je, hun

Sluiten