Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bezigheidjes van zoo'n ganschen dag en nu vreesde hij toch plotseling, dat zijzelve het niet zoo noodzakelijk zou vinden als hij, dat ze al haar nuttelooze bezigheidjes weg zou werpen voor iets degelijks. Dit was het, wat hij gedacht had, in verband met iets, dat hem misschien zou kunnen overkomen; hij kon sneuvelen in Atjeh. Dan zou Lili achterblijven en zij zou geheel hulpeloos zijn, zijne kleine Lili. Daarvoor wilde hij haar nu beschermen. Misschien zou hij ook wel bewaard worden, maar het was goed, met zulke dingen vooruit te zien.

't Was misschien mogelijk, dat Lili zich in iets kon bekwamen, waardoor zij later, wanneer zij alleen zou staan, niet afhankelijk behoefde te zijn van anderen. Zou het niet mogelijk zijn, dat zijn kleine Lili zoo iets ondernam? Hij wist niet wat. 't Was juist, wat hij haar vragen en met haar bespreken wilde. Hij wist dat alles zoo niet, maar stellig zou er iets zijn, waarin zij examen zou kunnen doen, in handwerken bijvoorbeeld.

Hij zag er toch tegen op, er met Lili over te beginnen, examen doen was voor een meisje niet prettig. Maar toen de helft van zijn verloftijd om was, nam hij een flink besluit.

Lili had hem heel kalm, zonder hem met iets in de rede te vallen, laten uitspreken. Toen, met een pruillipje vroeg ze, hoe Otto nu toch over zoo iets naars kon spreken als de mogelijkheid, dat hij zou kunnen sneuvelen op Atjeh. Daarna vleide zij zich tegen hem aan met een lachje van geruststelling dat zoo iets vreeselijks niet gebeuren zou. Tegen den tijd dat hij officier zou zijn en naar Atjeh zou moeten gaan, was de oorlog misschien wel gedaan. Toen, met nog weer een pruil-

Sluiten