Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zij verlangde altijd naar den zomer. Bloemgeuren en zomerzon behoorden bij haar; als een katje kon zij zich ergens op een zacht bemost plekje liggen koesteren in zomerwarmte. Met haar olijfkleurige huidtint en donkere fluweeloogen behoorde zij niet bij de wegwas-ende opaaltinten van het Noorden; die bleekheid van tinten doofde in haar, den gloed van tropische kleurschakeering. Nu zij terugkeerde, voelde zij krachtig de aantrekking van haar tropisch geboorteland.

Lili wilde het boek wegwerpen, toen zij plotseling bedacht, dat het niet ging zoo. 't Zou onmiddellijk zinken, maar zij was er niet gerust op, dat het zóó vernietigd zou zijn. 't Was beter, als zij de bladen scheurde. Een voor een diende zij dit te doen.

Zij ging zitten tegen den schuinen graswal, de knieën opgetrokken en het boek op haar schoot. De dalende zon wierp een geel licht over het water. Zij legde de armen om haar knieën en bleef een poosje zoo voor zich uitzien naar het water en den graswal aan de overzijde, verderop de duinen met grijsgroene helm en daarboven de heldere Februarilucht. De zinkende zon gaf haar geelbruine huidtint een gouden schijn. De boomen waren kaal en er was een wazige mist in de verte. Maar zooals zij daar zat, met den gelen schijn van het zonlicht op haar, bracht zij een stuk van haar tropisch geboorteland mede om haar heen, als een schilderij in de dorre, nevelige winterkaalheid om haar heen. Een schilderij van wuivende palmen, den gloeienden krater van een vuurspuwenden berg, een heldere rivier over uitpuntende rotsblokken, met groote bladen van waterplanten drijvend op het water, daartusschen groote,

Sluiten