Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

oud is hij nu toch?" vraagt Geertrui in haar zucht, om aan het gesprek een andere wending te geven. „De vijf en zeventig gepasseerd," antwoordt Borgers op zijn ouden, gullen toon; „'t is een wandelend geraamte. Als hij valt, dan breekt hij waarschijnlijk in scherven als een keulsche pot. 't Zal den ouden slokop wel machtig spijten, dat hij zichzelf niet jong kan maken evenals zijn vee." „Dus hij maakt oude koeien weer jong?" vraagt Geertrui, die zich weer op haar gemak gaat voelen. „Natuurlijk!" „Hij haalt de oude koeien uit den sloot —" „En brengt ze als jonge koeien op stal, natuurlijk." „Ik denk, dat ge daar zelf een oude koe uit den sloot haalt," meent Geertrui, terwijl ze den vinger schertsend opheft. „Wel neen, de zaak is al heel eenvoudig. De hoorens worden verkleind, daarna netjes bijgewerkt; de ringen om de horens, die den leeftijd aanduiden, onzichtbaar gemaakt, en het jonge beest is in orde. Onze brave baas Stoppel is een meester in dat vak." „Een aartsbedrieger meent ge." „Hij bedriegt waar hij kan, en ziet hij geen kans, om een ander te bedriegen, dan doet hij 't zich zelve. Zijn knechtje vertelde me veertien daag geleden, hoe baas Stoppel onlangs een oude smerige flesch uit de hoekkast had gehaald, en er een glaasje mee gevuld. Hij had het glaasje met de jenever tegen het licht gehouden, met de lippen gesmakt en gemompeld: „Een lekker zoopie, ouwe — brillant, hoor!" Hij had echter het glaasje niet leeggedronken, maar gevuld op tafel neergezet, weer opgenomen, tegen het licht gehouden en wèèr neergezet. Hij had deze manoeuvre driemaal herhaald. Toen eerst zette hij den borrel aan de lippen, om onmiddellijk

Sluiten