Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

haar dit belette, maar dat kiesche gevoel, dat edele vrouwenharten voor ongepastheden bewaart. Immers wat zou hij moeten denken van zoo'n bewegelijk, draaiend meisjeshart, dat hem losliet in de ure der beproeving, toen de publieke opinie hem tegen was, en hem weer in genade wilde aannemen, als het getij was gekeerd? Was er geen kans op een spotlach om zijn lippen, en zou hij niet zeggen: „Ik dank voor zoo'n draaibord?" Maar zóó'n antwoord, zij voelde het, zou zij niet kunnen doorstaan, en zijn verachting zou haar treffen als de bliksem, die onweerstaanbaar is.

De zaken moesten dus hun eigen loop nemen, doch dit verhinderde Geertrui niet, om reeds den volgenden morgen met een goed gevulde beurs de arme vrouw op te zoeken, wier kind door den administrateur was gered. Zij liet zich de toedracht der zaak uitvoerig vertellen, en luisterde met aandacht naar de moeder, die natuurlijk vol lof was over den heer Borgers. „Is het niet een edele mijnheer, juffrouw?" zeide zij, maar Geertrui antwoordde niet en ging zuchtend heen.

De dijkgraaf sloeg den administrateur op de schouders en zeide opgeruimd: „Wij houden den dijk, als ze ten minste op de andere plaatsen even wakker hun plicht doen als hier, mijnheer Borgers." „Met Gods hulp zal't wel gaan," meende de aangesprokene, „maar kijk — wat wil die man toch? Hij zal den schimmel nog dood rijden!" „'t Is niets bijzonders," zeide de dijkgraaf geruststellend, „ik heb hem al opgemerkt; hij zal het gewone

Sluiten