Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voor dien vreeselijken vijand, die watersnood wordt genoemd.

Natuurlijk — het kluchtige element ontbreekt niet op deze vlucht. Men moet er wel om lachen, als de tuinier Barends, die voor extra lui te boek staat, zijn koppigen ezel, die het pertinent vertikt, om nog één poot te verzetten, achter de kar bindt, en, zelf in de boomen plaats nemend, kar èn ezel moet voorttrekken. En dan dat varken, dat tusschen de kromme beenen van baas Hendriks wilde doorsluipen! Zijn knieën sloegen door van schrik, want de goeie man dacht al weer aan een nieuwe ramp, en zoo kwam hij terecht op den borsteligen rug van den knorrenden viervoeter, die, waarschijnlijk niet minder verschrokken dan zijn berijder, in vollen galop in de richting van den dijk voortstoof.

Drie kruiwagens gingen omver, een beest raakte te water, en een oude vrouw kreeg het op haar zenuwen. Maar het varken holde maar door met zijn ruiter, die de kluts totaal kwijt was, en bracht hem als een der eerste vluchtelingen aan het raadhuis op den dijk, waar men al heel vreemd stond te kijken.

De slooten loopen nu over, en nu en dan zet een haas, door het vervolgende water uit andere polders opgejaagd, in groote, angstige sprongen door de ordelooze massa vluchtelingen heen.

Het water lekt reeds den berm van den weg; de „A eertienhont", die het laagste ligt van de omliggende landerijen, begint langzaam weg te zinken in het gestadig wassende water. In de verzakkingen van den

Sluiten