Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vloed aan den anderen kant, niets onder hun voeten dan een smalle strook gronds: de laatste, brooze band, die hen aan het leven bindt....

Reeds spoelt het water zijn zegeteekenen tegen den oever. Hier smakt het een gebroken tafel, ginds een verdronken schaap, bij de stoep een drijvende schuur tegen den dijk. Doch tusschen die drijvende wrakken in ziet men thans de scherpe lijnen van een groote, hechte, vlugge roeiboot, en door het loeien van den storm door hoort men, helder en klaar, de metalen stem van den administrateur: „Grijpt het touw—Pool, er uit met de eerste hooge golf!" en binnen eenige seconden staan Borgers en Pool, druipend van het water, op den vasten wal.

De komst van den administrateur vervult de harten met nieuwe hoop. Hij spoedt zich met Pool door de menschen heen, die hem volgen, naar het raadhuis, en zijn kalmte, bedaardheid en moed schenken aan de licht versaagde harten verademing, 't Is reeds een verkwikking, zijn stem te hooren.

En hij brengt goed nieuws!

Hij is thans van Huize Rozestein gekomen. Hij had overal, waar geen brandgevaar was te duchten, groote piktonnen laten branden om het kasteel, zoodat het geleek op een reusachtigen vuurtoren. Op dit licht zijn vele vluchtelingen aangekomen, die thans goed verzorgd zijn. Hij leest een lange lijst van namen op, die allen uit den watervloed zijn gered op het kasteel, en er gaat uit de menigte een stem op van gesnik en zacht gejuich. Een oud moederke nadert Borgers en zegt met tranen

Sluiten