Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

redder is verdwenen, en er is geen dak meer te zien.

Wat is er ook tegen zoo'n ijsberg bestand ? Hij schuift de huizen weg als bordpapier; hij knakt de eiken als riethalmen, en slaat bres in de sterkste dijken!

„Wat nu?" zegt Pool na een bange pauze, „wat nu?" Hij haalt diep adem — welk een vreeselijke nacht!

„Wij wachten hier," antwoordt Dekker op beslisten toon, en in de hoop, hem hier of daar te ontdekken, blijven zij in den omtrek. Doch zij hooren niets dan het eentoonig geloei van het water, het noodgelui der klokken, terwijl van verscheiden torens lichten schitteren.

„Baas! zegt Pool eindelijk, „we zullen zien, uw gezin eerst naar den dijk te brengen, want anders komen ze hier nog om van de koude, en dan kunnen wij hier alles beter afzoeken."

Het is een verstandige raad, die opgevolgd wordt.

Geertrui stond nog altijd op dezelfde plek, en bitterder wateren dan de grauwe golven van den watervloed gingen over haar ziel. Zij was nu stil geworden, en leunde tegen den stam van een ouden, knoestigen eik. Hoe kil, hoe spookachtig strekte hij zijn dorre takken uit! Was zij niet als die boom — verdord en verwelkt? Zij trachtte te bidden voor den geliefde, doch hare gedachten verwarden zich. Zij tuurde al maar op die brullende golven. Haar tante, vrouw Groeneveld, had getracht, haar met vriendelijke woorden in huis te krijgen, maar zij had het hoofd geschud. „Ik moet hier op hem wachten," zeide zij. „Op wien, Geertrui?" „Op hèm." Zij noemde zijn naam niet eens — wien kon zij anders bedoelen dan hem! Dat water had hem wegge-

Sluiten