Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

worden, doch wat men zoekt, wordt niet gevonden. .Men heeft reeds drie kwartier her- en derwaarts rondgezwalkt, daar springt de hond plotseling op, steekt den kop vooruit en slaat luid en driftig aan.

„Hij merkt iets," fluistert Dekker. Het meisje houdt den adem in; Pool legt de riemen neer, staat op, neemt de richting waar van den wind, en de hand uitstrekkend naar eenige hooge beuken, dicht bij den grooten watermolen, wier breede kronen zichtbaar worden boven de golvende watervlakte, zegt hij: ,.Daar, daar kan hij zijn heengedreven door den stroom."

De riemen worden weer uitgeslagen. Het is een zwaar stuk arbeid; men heeft den wind nu vlak op den kop van de boot. De onrust van den hond is intusschen toegenomen; hij springt beurtelings blaffend tegen Pool, Dekker en Geertrui op. „Hij speurt zijn meester,' denken de roeiers, die hun inspanningen verdubbelen.

Eindelijk is de watermolen bereikt — aan de windvrije zijde wordt even halt gehouden, want de armen zijn van het zware roeien als verlamd. Maar Geertrui grijpt Dekker's riemen, dringt het vaartuig met bovenmenschelijke inspanning tegen den harden wind in — nog tien, nog vijf slagen — de beuken zijn bereikt — de hond is niet meer te houden — hij werpt zich in den schuimenden vloed, en zwemt naar den middelsten boom, waar hij zich tusschen de takken indringt. Hij strekt den kop uit naar boven, stoot een klagend gehuil uit, en tast met den poot omhoog naar een donker voorwerp.

Dat is Wouter Borgers!

Sluiten