Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gekleurd door den slaap, de donkere, krullende wimpers, het lichtbruine haar, dat onder het blauwe kaperhoedje te voorschijn kwam en de aardige, mollige handjes, die het kleine meisje rustig over elkaar geslagen, tegen haar manteltje gedrukt hield.

Er kwam een onuitsprekelijk gevoel van weelde over Mien. Heel, heel voorzichtig boog ze zich over het kind heen en raakte met hare lippen een der handjes aan. „Doe heel zacht de deur van de huiskamer open, Dientje," fluisterde ze. „We zullen haar eerst maar even op de canapé leggen. Misschien wordt ze straks wakker, dan kan ze wat eten voordat ze naar bed gaat."

Dientje gehoorzaamde en kleine Hanna sliep zoo vast dat zij er volstrekt niets van bemerkte dat haar nieuwe moeder haar op de canapé legde en met een warmen wollen doek toedekte.

Mien vond het haast vreemd. Er zou haar toch niets schelen? Ze luisterde naar de geregelde ademhaling van het kind; toen knikte ze gerustgesteld.

„Ga eens kijken, Dientje, of de melk ook overkookt in de keuken," zei ze; „zoodra ik ze noodig heb, zal ik schellen. En kijk ook nog eens of boven de kachel goed brandt — ze moet vooral geen kou vatten den eersten avond, ze is aan zoo'n ander klimaat gewend !"

Dientje knikte. Ze had graag in de kamer willen blijven tot Hanna wakker werd, maar daarop scheen vooreerst al heel weinig kans te zijn.

Toen ze alleen gelaten was, knielde Mien bij de canapé neer en bleef onafgebroken kijken naar het onschuldige,

Sluiten