Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Intusschen werd de verhouding tusschen de twee steeds inniger en met warme dankbaarheid gevoelde Mien het telkens weer hoeveel rijker en gelukkiger haar leven was geworden door het bezit van het kind. Hare vrienden moesten haar gelijk geven — alles om haar heen zag er vroolijker en zonniger uit dan vroeger, Mien zelf ook. „Ze begint jonger te worden in plaats van ouder, zei men, „het kind houdt haar jong, maar ze heeft het ook wel bizonder getroffen met haar pleegdochtertje; er zijn niet veel zulke aardige, lieve kinderen — kleine Hanna geeft haar haast geen moeite, alles gaat bijna als van zelf!"

Maar Lize Beerends zei met haar eigenaardig, waardig air van jong-moedertje: „Hanna heeft het ook getroffen met haar pleegmoeder — men zou er niet veel zoo kunnen vinden!"

Hanna was geen moeielijk kind, dat was waar. Levenslustig en opgewekt, telkens vol allerlei grappen, die haar „moeder" en Dientje hartelijk aan het lachen brachten, warm van hart en zeer vatbaar voor ieder blijk van toegenegenheid, vol innige belangstelling voor het vele nieuwe en mooie, dat het leven haar bracht, vol berouw over ieder klein misdrijf en met groote vertrouwelijkheid bereid allerlei mee te deelen, dat maar in haar hoofdje opkwam, daarbij slechts zelden verlegen of onhandig, was zij wel een kind om bij oud en jong in den smaak te vallen.

Met groote blijdschap merkte Mien op hoeveel het kind van zingen hield en hoe gaarne ze leerde en luisterde, als zij haar een nieuw liedje voorzong of haar meenam naar Lize Beerends om met kleine Emmy bij

Sluiten