Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Met goed geveinsden schrik werd Mien nu wakker! „Hè foei, wat akelig!" zei ze, haar oor wrijvend, „wat is er toch?"

Hanna keek haar met groote oogen aan. „Ik kan nog wel harder," zei ze met nadruk.

„Nu, je behoeft het niet nog eens te doen, ik ben goed wakker, hoor. O, maar wat prachtig!"

Hanna was van het bed af gaan staan en wenkte Dientje, die bescheiden naar de deur was toegeloopen, met de oogen. Mien keek bewonderend naar den kleinen krans van reseda met takjes lelietjes-van-dalen, die om een stoel hing, vlak voor haar ledikant. Een groot wit papier, wonderlijk scheef geschulpt en blijkbaar door Hanna's kinderhand uitgeknipt, lag op de zitting en vertoonde in groote, dansende letters, met potlood in kleuren geteekend, de woorden: „Voor Moederje."

Dientje had in haar ijver om Hanna te helpen, blijkbaar de t vergeten! Het papier was er Mien volstrekt niet minder kostbaar om.

Ze knipte even met de oogen toen ze opkeek naar de gezichten van Dientje en Hanna, die stellig even bewonderend stonden als het hare.

„Is dat wezenlijk voor mij?" vroeg ze zacht. „Hoe heerlijk!"

„Ja," zei Hanna gewichtig, „om je verjaardag, van mij en Dientje."

„Zoo, van Dientje en jou," zei Mien verbeterend, maar noch Dientje, noch Hanna merkten het op. „Dank jullie wel hoor, ik vind het zóó mooi!"

„Dientje heeft den krans gemaakt en ik heb alles geschreven," zei Hanna, met een trotschen blik op

Sluiten