Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

begon zich al een groot meisje te voelen. Van het gaan naar de Fröbelschool was ten slotte niets gekomen. Emmy Beerends ging er ook niet heen en de twee kinderen waren zoo aan elkaar gehecht, speelden zoo prettig samen, gaven zoo weinig blijken van verveling, waren zooveel met hare moeders buiten en wilden zelf zooveel liever „nog een beetje wachten" dat Mien en Lize beiden besloten haar niet naar schooi te sturen voordat het bepaald tijd was.

In haar hart zag Mien er tegenop haar dochtertje zooveel uren van den dag te moeten missen, maar ze sprak er niet over en toen Hanna den avond voor haar eersten schooldag, haar met een ernstig gezichtje allerlei vragen deed, blijkbaar in zenuwachtige afwachting van wat dat nieuwe leven haar brengen zou, antwoordde zij haar vroolijk en opgewekt, telkens weer eindigend met te zeggen: „Je zult het heel prettig vinden, heusch."

Hanna knikte flauwtjes. Ze zuchtte eens diep, toen kwam er met een hooge kleur uit:

„En.... en als je nu heel dom bent op school, moedertje, wordt je dan weggestuurd?" Toen heel snel: „En mag je dan weer naar huis?"

„O neen," zei Mien, „als een kind nog nooit op school geweest is, behoeft het maar weinig te weten nog en ze zullen jou zeker niet weg sturen — je kent de letters immers al!"

„Ja/' zei Hanna op een toon alsof die groote kennis haar wat drukte. „Maar moedertje, ik wou eigenlijk maar liever niet leeren."

„Dat meent mijn kindje niet," zei Mien beslist. „Je

Sluiten