Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bezaten, doch durfde dit niet aanstonds tegen zijn collega te zeggen, van wien hij een klein vermoeden kreeg, dat hij zijn eischen ten opzichte van stand niet bijzonder hoog stelde.

Langzamerhand werden de verschillende tafeltjes bezet. Van zitten kwam voor Max echter vooreerst niet veel in, want nauwelijks had hij weer zijn plaats aan de jongeluistafel ingenomen, of daar kwam weer de een of andere notabele of wel een hem nog onbekende collega binnen, waaraan hij dan terstond den tol der beleefdheid moest gaan betalen. Zoo nu en dan meende hij ook wel eens een vreemde te zien in dezen of genen, met wien — doch toen in uniform gekleed — hij des morgens reeds aan 't station had kennis gemaakt; van Weerden, de freule, was echter de eenige, die zoo'n vergissing te zijnen opzichte onverklaarbaar genoeg vond, om er de vrij scherpe opmerking op te laten volgen: „ik heb anders een paar uur geleden juist pas het faveur gehad, met u kennis te maken."

„Is mijn kapitein er nu niet?" vroeg Max aan zijn buurman.

„Zeker, daar zit hij te domineeren. Ken je hem nog niet? Ga dan maar gauw mee."

„Kapitein, mag ik u even lastig vallen?"

„Ja, wacht even," antwoordde deze, zonder op te zien, wie er stond ; „zie zoo, dokter, koop nu maar alle steenen: ik heb de laatste zes in handen;" toen, Duparc en Max ziende, die geduldig stonden te wach ten, ging hij voort: „En, wat wou je nu vragen?"

„Mag ik u even uw nieuwen luitenant presenteeren: Meneer van Bremse — kapitein Vosman."

Sluiten