Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

werd hij er steeds meer en meer mee ingenomen. Hij had veel dienst, doch, dank zij zijn herkomst van de academie, was nagenoeg alles hem daarbij nieuw, waardoor hij nog niet de verveling leerde kennen, waar b. v. Robida begrijpelijkerwijze wel eens over klaagde, die al 13 jaar lang zonder eenige afwisseling hetzelfde deed.

De namiddagen en avonden bleven echter in den regel voor zijn genoegen over. In het begin gebruikte hij die voornamelijk voor het afleggen van bezoeken, niet alleen bij de getrouwde officieren van zijn bataljon, doch ook al spoedig bij eenige burgerfamilies, aan wie hij op raad van van Herpen, Jaspers en anderen gevraagd had, zijn opwachting te mogen maken.

Blijkbaar viel dat over het algemeen in goede aarde, en verheugden vooral de jonge meisjes zich in de aanwinst van den jeugdigen luitenant, „die zoo goddelijk walste". Bovendien had hij, wat men noemt, een aardig praatje over zich, wat lang niet van al zijn collega's gezegd kon worden.

„Wat ben ik blij, dat u niet altijd over dienst praat," voegde een jonge dame hem eens toe onder het nadansen na een liefhebberij-komedieuitvoering.

„Dat zou u toch ook niet erg interesseeren, denk ik."

„Daar schijnt meneer Muller toch een andere opinie over te hebben. Ik heb net met hem gedanst, doch, wat ik ook probeerde, er was geen woord bij hem uit te halen. Nu moet u weten, dat ik in 't geheel geen verstand heb van uniformen ...."

„Dat is nu niet mooi van u."

„Nu ja, daar kan ik nu eenmaal niets aan doen. Maar omdat ik zas. dat ziin knooDen en die dingen od

Sluiten