Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Is er zooveel te vertellen, Hanna? Begin dan maar gauw, anders raken wij nooit uitgepraat!"

De woorden werden op blijmoedigen, haast luchtigen toon gezegd, toch klonk er iets in Mien's stem dat Hanna haastig op deed kijken.

„Moedertje, moedertje!" riep ze uit. „U moet er geen verdriet om hebben, wezenlijk niet. Ik zou er u zoo graag eerder over hebben gesproken, maar ik durfde niet goed. Het was flauw van me, vooral omdat hij ook zóóveel van u houdt!"

„Als ik nu maar zeker wist welke „hij", zei Mien, „dan zou ik misschien ook beter begrijpen waarom het daarom flauw van je was mij niets te vertellen!"

„Och, u weet best wie het is." Toen snel, met zekere fierheid: „John immers!"

„John Kerr?"

„Ja natuurlijk." En Hanna lachte, een beetje zenuwachtig. „Kent u nog een anderen John? Ik niet."

„O Hanna, een Engelschman! En dat voor mijn dochtertje, die het altijd zoo druk heeft over haar echt Hollandsch hart!"

„Maar zijn moeder is een Hollandsche en hij is ook echt Hollandsch in zijn hart! Dat blijkt toch ook wel daaruit dat hij er zoo sterk op gestaan heeft hier in Holland te mogen studeeren. Want hij wou een knap ingenieur worden, heel knap, ziet u, om later de groote fabriek van zijn vader flink te kunnen besturen !"

„Je bent bizonder goed op de hoogte en heeft John je dat allemaal in zijn mooi, zuiver Hollandsch verteld ?"

„O moedertje, hij spreekt immers zoo vlot! En hij behoeft nooit naar woorden te zoeken — met zijn

Sluiten