Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

moeder heeft hij ook altijd veel Hollandsch gesproken; hij zingt ook Hollandsche liedjes met haar. Het is zoo aardig hem over zijne ouders te hooren spreken — zij verlangen soms zoo erg hem weer bij zich te hebben, juist omdat hij maar een eenig kind is, ziet — u, maar hij vindt het heerlijk in Holland!"

„Dat toont hij wel en hij schijnt ook nogal veel van uit logeeren gaan te houden; hij is ten minste veel hier in de stad."

„O, maar hij studeert toch heel hard, dat weet ik zeker. En .... en het volgend jaar is hij klaar."

De laatste woorden kwamen er zacht, haast angstig uit.

Mien kreeg medelijden, maar ze toonde het niet en vroeg bedaard:

„En dan gaat hij natuurlijk weer naar Engeland terug?"

„Ja," zei Hanna en opeens werd de ontroering haar te machtig en begon ze zacht te snikken. Maar ze deed haar best zich in te houden en kalm te spreken. „Moedertje, soms .... soms denk ik dat ik zeker weet dat hij evenveel van mij houdt als ik van hem, maar dan ben ik weer bang — o, dan ben ik zoo vreeselijk bang — dat ik me vergis! Hij is ook zooveel knapper dan ik en zooveel ouder, al vijf-en-twintig, net zes jaar — hij is ook in Mei jarig."

„Zoo, heeft hij je dat verteld?"

„Ja."

Even zwegen beiden; toen nam Mien Hanna's beide handen in de hare en keek haar ernstig aan.

„Kind," zei ze eenvoudig, „als het mocht zijn dat hij je lief had, als het mocht zijn dat hij je vraagt zijn vrouw te worden — weet je dan zeker dat je hem lief

Sluiten