Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE ROOF.

Het hoofd gebogen't somber oog omlaag,

In schauw van brede, slappe hoederand,

Zo daalde de Albeheerser van z'n toren;

Z'n voeten drukten zwaar de brede treden

En angstig, als naar onweerswolken, blikten

Walkyren-ogen tot hun God omhoog.

In donswit, zwaanwiek-kleppend deze, en die

Ze opvouwend, blank als 't sneeuwveld in de maanschijn

Zo stonden zij, zonder gefluister, stil:

In spanning staarden blauwe en bruine ogen.

»Holda, haal Bragi hier!» zei Wodan dof.

De hand onder het hoofd en steunend op

De knie, zat hij en zweeg. Angst was bij allen.

»Ga nu van hier, ik moet met Bragi spreken«

En zachtjes suisden de Walkyren weg.

Noch schuchter, half en half nieuwsgierig, omziend,

Sluiten