Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

»Juist bij de troon van Aegir zag ik haar,

Waarom, hoelang zij daar is, blijft geheim;

Maar veilig is ze er nu in groene diepten,

Waar 't kalmer is dan in Njord's kustewoning

En geen gebruis van storm de grijze Aegir

Stoort in het zinnen voor z'n zeerijk, waar

Hij op koralen troon in groene schemer

Z'n recht spreekt. Zoek nu Njord. Laat Donar t woest,

Uit zee steil rijzend rotsland gaan doorzwerven,

Langs fjorden, de een na de ander: 'n diepe daar,

In hoge ijsrotsen, is Njord's sluimeroord

Na storms wild woeden. Dikwels droomt hij daar!

Laat Loke in vuurbergs diepte dalen:« — »0

Ik weet het, vader, waar de olijfboom schaduw

Geeft over lava's grauw gesteent, waar zon

Schroeit en de blauwe zee schijnt violet.«

«Maar, vader, ik?« — »Volg 't pad van 't ven, waar hij

Haar en je kinders meesleurde langs 't beekje,

De beek langs naar de stroom en deze af

Naar 't vlakke strand, waar 't blinkend duinzand stuift.

Daar is niet véél zee boven het paleis

En, is hij daar, je lied doet hem het hoofd

Boven de branding steken die er bruist

Over z'n daken, maar 'k ga mee tot Bifrostbrug.»

Daar gingen zij: de brede, forse Donar,

De slanke, rode Loke, Bragi, blond

Sluiten