Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zoals de nachtvlieg 't licht niet laten kan,

Tot hij verschroeid is. Bragi plaagde haar

En vroeg dan : .Als je nu eens trouwt, wie zal

Op Eelke en Erik passenW — «Trouwen, ik.

Wie zou mij willen hebben ?« en ze keek

Hem met 'en blos in de ogen of hij niet

Zou zeggen: ik, maar daarna kleurde ze

Noch erger, want ze wist hem toch getrouwd ...,

Waarom dat toch ? Die vrouw — zij haatte d r.

Waarom moest zij zich plaatsen tussen haar

En haar geluk? Hem zou ze zich geheel

Toe kunnen wijden, hem zich geven, trouw

Houden van hem alleen! Mocht dat nu met?

En star zag zij in zulke mijmerijen

Vóór zich en 't weefgetouw stond stil of ging

Zo zacht, dat Bragi 't merken moest; hij keek

Haar aan en dacht: »Er is toch één, aan wie

Ze denkt; maar wie ? Ze schaamt zich t mij te zeggen

En eerbied voor 't vermoed geheim deed zwijgen.

Zo iets had ook Idoena eens gehad

Zo 'n zoet geheim 1 Wat was de mens gelukkig

Die bij veel leed ook 't zaligste genot

In zich kon voelen trillen, heerlik was

't Naspeuren ook van 's mensen fijne ziel 1

Genoot hij hier niet meer dan in Walhal,

Waar de altijd effen waterspiegel van

Sluiten