Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Goden- en heldenzielen niets te denken gaf? Waar was 'en jong, gelukkig-minnend paar, Als hij en z'n Idoena, in Walhal?

Maar Hilda dan en haar hartstocht voor hem 1 Nee, 't lag aan hem, hij had dat niet gezien. Hij had gezongen van z'n eigen liefde, Aan mijmerij bij andren had hij nooit Gedacht; zong hij van hun het was van strijd En zegepraal, van heldenmoed in 't vechten. Was hij weer in Walhal, z'n lied zou zijn Als 't nimmer was van zielsgeluk en -leed. Zo was ook hij in mijmering verdiept En zwijgend zaten ze tot Duko of De jonges binnen kwamen met gepraat, Dan wakkerde z'n vreugd in 't leven aan: Ze vroegen hem om sprookjes te vertellen Hij gaf ze en tokkelde z'n instrument. Dan kwamen andren ook, want verre klonk Z'n roem in 't zingen: gauw was 't hutje vol, Maar toen de blaadren zich ontplooiden, toen 'En lauwe bloemegeur woei door het bos, En zoete klaverreuk op lentelucht Aanzweven kwam van 't weiland in de verte, Toen zat hij onder 'n boom tegen het duin En velen rustten om hem op het mos Van de arbeid uit; daar zong hij van zijn eigen

Sluiten