Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Doch 't was alsof de boze geest het won:

Hij nam haar hand en drukte die, doch luid Klonk buiten 't loeien van het huisgaand vee, De schreeuwgeluiden van de drijvers en ....

Bragi ging heen, de mannen tegemoet,

Maar Ava overdacht stil wat hij deed En meende dat ook hij veranderde.

Die nacht ommurmelden hun beiden stemmen En speelden de oude dromen door hun geest,

Doch nu werd Duko plots gewekt door 't luid Uitroepen van: »Nee, 'k wil niet! Tróuw wil'k zijn I Recht overeind stond Bragi in de stal, Nu vastbesloten; angstig even — Duko Mocht vragen wat dat toch beduidde — zei Hij iets als ter verklaring en lag toen Noch heel lang stil met open oog te staren.

Zwaar zuchtten boven hem de takken, wild Wist hij de wind door 't zwiepende gebladert, Springend omlaag van hoogste duinetop Het klonk hem als geruis toe, vlaag op vlaag, Met rust als 't lage blad alleen nog trilde. Die wind kwam van de zee, zeereuzen zouden Daar wellicht kunnen stoeien in de storm En Tjazi ook: hij moest naar de eenzaamheid

Sluiten