Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het hoofd, want achter hoge golven mocht

Zij naar het strand zien, als ze zwijgen kon —

Ze had het hun beloofd, om hem te zien maar —

Die meeuw ging zitten op haar hoofd en taal

Uit Walhal klonk tot haar. Dat woord — van Loke —

Gaf moed en hoop op eindlike bevrijding.

Hij fluisterde 'en list haar toe en snel

Beraden zei ze: »Maar dat is hij niet!

Het is 'en ander; kijk, mijn man was glad

Van voorhoofd, deze is rimplig; blond — hij bruin;

Rechtop en hij — gebogen; 't is 'en vreemde:

Hij 's trouw, m'n Bragi!« — >Wat, je zult het zien !«

En dichter kwamen ze bij 't strand,

Hij zag

Ze komen, 't bloed bruiste in z'n pols, hij rilde En toch — ook hem gaf 't meeuwefluisterwoord, Hem op z'n schouder toegepreveld, moed —

Toch kalm, als waren ze hem vreemd, zag hij Dat aan en Ava merkte 't niet, ze stond Gebogen op de hoge golf te wachten, die Voor 't laatst haar langs de schouders glijden zou, De blanke, en kracht aan 't jonge lichaam geven. Daar kwam de stoet: Idoena in het midden En reuzen roepende om haar; zeeschuim vloog Voor hunne dijen uit; ze kwamen nader,

Maar niet te dicht bij Bragi; stevig hielden

Sluiten