Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zij haar verhaal van 't zweven naar de zee,

Maar door dat alles dacht hij aan 't gesprek, Dat hij had durven houden met de God Van dichtkunst, hij 'en leek! Hij rilde er van: Hij zeggen aan 'en Bragi wat of kunst was !

Maar Bragi zei hun allen op te staan En maar te doen alsof ze mensen waren, En weldra zaten ze allen in 'en kring Daar buiten in de zoele zomeravond En weer sprak Bragi: »Zie, Bernlef, je bruid Is nu weer sterk, je weet nu ons geheim.

Zij zal je nu ten heil zijn in je huwlik,

Maar wacht niet lang; 't geluk is nu nabij; De God, die de eed van trouw je afnemen kan Is hier. Laat het nu bruiloft wezen en Nu wij hereend zijn, word nu ook 'en paar!« Wat kleurde Ava, hoe blonk Bernlef's oog,

Toen knechts vlamfakkels hielden naast het paar, Daar hand in hand; wat luid hoezeegejuich. Ook Radbout juichte toe dat plan en Donar Zegende 't paar met Mjölner in en luid Geschater klonk om de onverwachte bruiloft.

Er was nu feest als nooit te voren, vuren Ontstaken ze, buiten de omheining, hel Verlicht werd heel 't gezelschap, grillig soms

Sluiten