Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Daar was iets hoger grond van zand, en in

Het oost was donkerte evenals in 't noord,

Nachtdonkerte met sterren; stil was alles

En 't loeien van z'n koeien klonk alleen

Zo nu en dan hem toe. Hij stond er even

En dacht aan 't vreemde van die oude man

Die in de morgen tot hem was gekomen,

Maar 't schoot hem door het hoofd: die man heeft rust

Van noden en de knechts en meiden ook.

Z'n vrouw vond hij gezeten op de bank,

De ruwe vuist van de oude zwerver in

Haar handen en hij sprak van wat hem was

Gebeurd. Maar Hedzer zei: >Kom, Sijke. eerst

Moet de oude slapen, dan vertellen, kom,

't Wordt tijd N Het volk ging slapen en de vrouw

Leidde de grijsaard naar z'n strobed heen,

Ze gaf hem dek, 'en zware wollen deken

En liet de blindeman alleen, geheel

Alleen daar in dat vreemde land ! En toch

Hij voelde rust, toen hij zo neerlag, moe

Strekten z'n leden zich, z'n ogen deden

Hem pijn wel, maar de moeheid won 't: in zware,

Droomzware dofslaap zonk hij. Zie, daar deed

Walhalla zich in verre verten op;

Z'n wallen golfden weg, als hij vaak zag

In duin insluimrend savonds onder sterren,

Sluiten