Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Als Bernlef knikte, zei heel lijzig Leffert:

»En toch, ik kan 't me niet begrijpen, waarom wij

Nu zoveel minder zijn als wie er sneuvlen!

Waarom wij buiten Walhal's muren blijven!

Als er geen vijand komt, als vrede heerst

In 't land, dan ga je toch niet vechten om Walhalla

»Ja, da's wel waar,« zei de oude Homme snedig, »Maar later, zie je, als de zware strijd komt, Waarvan onze oude zanger zong, wanneer Er strijders nodig zijn om Walhal's rijk In stand te houden, hadden ze dan veel Aan zulke lange slappe mensen als Jij, Leffert, aan zo'n oue paai als ik ?«

Toen lachten ze allen weer, en 't deed hun goed 'En andre stemming weer te hebben in 't Vertrek, maar ernstig vroeg toen de oude Hidde: «Maar, boer, als Wodan 't nu niet winnen kan Bij 't vechten? Wat komt dan? Wat moeten wij Uan wel geloven ?« — Allen zwegen, niemand Kon 't antwoord geven. Bernlef zei toen echter: »Maar dat duurt eeuwen noch na onze dood; Zo zongen ons van ouds de zangers, zo Zong Bragi zelf 't me toe als hij me snachts Verscheen, en 'k weet, ik voel 't, zo denkt hij nu Ook noch! Geloof maar trouw aan Wodan's macht! Het vuur was uit en allen stonden op,

Sluiten