Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Als 'k jou niet had, hoe zou ik kunnen zingen! Ik zal weer werken als ik dee, 'k zal moed Tot strijden geven, zingend van 't verleen, En andren weemoed en geluk bij 't leed,

De vrede van mezelf; 'k zal zingen wat Ik voel, maar 'k weet die toon zal wijken voor 'En andre; 't nieuwe pad ligt wazig voor M'n ogen; 'k wacht het licht om 't moedig in Te gaan en dan zal 't lied die andren meer De ziel beroeren, hoop ik, 't staat hun nader En ik zal opgewekter zijn bij 't zingen En nooit meer moedeloos!« — »Nu ja, beloof Maar niets, 't is de eerste en laatste keer niet: wel, Daar ben je dichter voor! Maar kom dan bij me En juist als nu help ik je leed verjagen.

Maar help ook mij, als ik aan 't tobben raakU »Jij tobben! jij 1" en luid lachte de God »Kom, vrouwke, stil, spreek mij van zo iets niet!« Een kus noch en zij waasden weg van 't veld Naar 't sterrig blauw dat vredig stond daar boven, En grote rust was in 't voortzwevend paar.

3

Sluiten